Geschiedenis

Ryu-Ryu-Ko2 kanryo2 Chojun kenkon okinawa-386 anichi higaonna patrick
Het Okinawa Goju-ryu Karate-do vindt zijn oorsprong in diverse Zuid-Chinese zelfverdedigingskunsten.

Okinawa – vroeger een zelfstandig koninkrijk tot 1879 – had vanaf de vroege middeleeuwen (1349) ruim 500 jaar een goede relatie met China en behalve een levendige handel werden ook ambassadeurs, diplomaten, studenten en ambachtslieden uitgewisseld. China stond ook bekend om zijn effectieve zelfverdedigingskunsten.

Okinawa kende een eigen stijl welke eenvoudig Te (Hand) werd genoemd. Diverse Okinawanen wilden naar China om zich daar te verdiepen in de Chinese stijlen.

Zo ook de jonge Kanryo Higaonna.
Kanryo Higaonna werd geboren op 1853 in de Okinawaanse stad Naha. Zijn vader bezat drie zeilschepen en de jonge Kanryo moest vanaf zijn 10e jaar al meehelpen. Op veertienjarige leeftijd werd zijn vader in een gevecht gedood. Kanryo wilde zijn vader wreken en zocht naar mogelijkheden om naar China te gaan. Op voordracht van een bevriende zakenman verkreeg Kanryo Higaonna een studentenvisum en kon hij in de herfst van 1867 op vijftienjarige leeftijd leeftijd afreizen naar de Okinawaanse enclave in de stad Fuzhou, hoofdstad van de provincie Fujien (Okinawanen en Chinezen tellen de zwangerschapstijd van 9 maanden mee in de leeftijd).

Het was in die tijd erg moeilijk om les te krijgen in een krijgskunst omdat men dat liever geheim hield. Uiteindelijk werd hij geintroduceerd bij Ryu Ryu Ko en deze besloot hem in dienst te nemen. Ryu Ryu Ko was oorspronkelijk een adelman en een persoonlijke lijfwacht van een belangrijk man in de provincie Fujien. Deze werd na een burgeroorlog verstoten en om wraak te voorkomen ging Ryo Ryo Ko ondergronds. Hij liet zijn haar lang groeien en werkte als bouwvakker. Later maakte hij meubels en diverse gebruiksvoorwerpen van bamboe en in die periode werd Kanryo zijn medewerker. Pas na langere tijd, nadat Kanryo’s karakter was beoordeeld en Ryu Ryu Ko vertrouwen in hem had verkregen, kreeg hij les. Na jaren van basis training waarin het vertrouwen groeide, werd hun relatie meer als vader en zoon en ging Kanryo in het huis van zijn leraar wonen. Vanaf die tijd kreeg Kanryo heel intensief les.

In 1881 keerde Kanryo Higaonna terug naar zijn geboorteplaats Naha in Okinawa. Vele Okinawanen die eerder waren teruggekeerd hadden verteld over de kennis en kunde van Kanryo. Zo vroeg de politie af toe zijn assistentie bij het aanhouden van gevaarlijke criminelen. De moordenaar van zijn vader had ook gehoord van zijn terugkomst, hij betuigde zijn spijt en vroeg om vergeving. Kanryo Higaonna antwoorde dat de man niets hoefde te vrezen: wraak nemen is niet de juiste weg.
In eerste instantie weigerde Kanryo Higaonna om les te geven. Pas na enkele jaren later, nadat hij getrouwd was, begon hij met les geven. Dit gebeurde eerst bij hem thuis. In september 1905 begon hij met les geven op de nieuwe Naha Commercial High School. Er was geen officiele naam voor de stijl en daarom werd dit Naha-Te (Naha hand) genoemd. Er bestonden nog twee andere stijlen op Okinawa, beide eveneens genoemd naar de stad waar deze stijl werd beoefend: Shuri-Te en Tomari-Te.
van de familie voor te bereiden werd hij op 11-jarige leeftijd naar meester Ryuko Aragaki gebracht die bedreven was in Tomari-Te. Deze verwees hem op 14-jarige leeftijd door naar Kanryo Higaonna sensei. Hier trainde Miyagi 6 dagen per week en na enkele jaren was hij de beste leerling. Maar pas nadat Kanryo Higaonna overtuigd was van het goede karakter van Chojun Miyagi besloot hij hem de essentie van de stijl te leren. Na de reguliere training die ongeveer twee uur duurde, gingen de andere leerlingen naar huis en kreeg Chojun Miyagi individueel les.

Inmiddels was Japan bezig zich militair voor te bereiden op expansie en moesten ook de Okinawanen een militaire dienstplicht vervullen. Chojun Miyagi werd in 1910 opgeroepen om naar Japan te gaan. De Japanners discrimineerden de Okinawanen, maar kwamen er al gauw achter dat Chojun Miyagi een uitzonderlijke man was met wie men niet moest spotten. Na de basisopleiding koos Chojun Miyagi voor de medische dienst alwaar hij veel kennis op deed over de werking van het menselijk lichaam. Hij was inmiddels een gerespecteerd onderofficier en de Japanners wilden graag dat hij bleef. Chojun Miyagi had echter bericht ontvangen dat zijn leraar in grote armoede leefde en ging daarom in november 1912 terug naar Okinawa. In de volgende drie jaar kreeg Chojun Miyagi dagelijks les van Kanryo Higaonna totdat deze in oktober 1915 op 62-jarige leeftijd in zijn slaap overleed. Kort hiervoor had Kanryo Higaonna aangegeven dat hij Chojun Miyagi als zijn opvolger had aangewezen.
Vrij snel na het overlijden van zijn leraar ging Chojun Miyagi naar China om onderzoek te doen naar Ryu Ryu Ko. Hij vond zijn graf en enkele oud-leerlingen en maakte vele aantekeningen, onder andere over de geschiedenis. Later zou Chojun Miyagi in de jaren 20 en in 1936 weer naar China gaan voor onderzoek. Helaas zouden al zijn aantekeningen verloren gaan tijdens een bombardement op Okinawa in de tweede wereldoorlog.
Chojun Miyagi verkreeg steeds meer aanzien en zo werd hij in 1922 gevraagd om les te geven op de politie academie. Later werd hij uitgenodigd om lezingen en demonstraties te geven aan diverse Japanse universiteiten in Osaka en Kyoto. Ook werd hij uitgenodigd naar Hawai waar hij een klein jaar les heeft gegeven. Toen men hem in Kyoto tijdens een diner een dikke gevulde envelop overhandigde met de zin “een penstreek alstublieft” [een verzoek om een dangraad te krijgen] heeft hij dit vanzelfsprekend geweigerd en is hij terug gegaan naar Okinawa. Deze mensen hebben het karakter Do 道 wat levensweg betekent duidelijk niet begrepen. Zoals Chojun Miyagi later had voorspeld zouden de zucht naar geld, macht en prestige later nog voor veel onrust zorgen in het moderne karate.

In mei 1930 werd een martial arts demonstratie gegeven ter ere van kroonprins Hirohito die troonopvolger was geworden. Chojun Miyagi was ook uitgenodigd en hij stuurde zijn top student Jin’an Shinzato. Na de demonstratie stelde men vragen over de naam van de stijl: Naha-te. Na terugkomst op Okinawa vertelde hij hierover aan Chojun Miyagi. Chojun Miyagi besefte dat het belangrijk was dat zijn stijl een eigen identiteit met goede formele naam kreeg, anders zou deze nooit kunnen worden geregistreerd. In een belangrijk boek over chinese martial arts (de Bubishi) staan acht belangrijke zinnen. De derde luidt: Ho Go Ju Don To wat betekent “de manier van inademen en uitademen is hard en zacht”. En omdat de stijl zowel harde als zachte technieken bevat waarbij nadruk wordt gelegd op de juiste ademhaling, is Goju Ryu een perfecte keuze. Goju-ryu is de eerste karate stijl die in 1933 officieel werd geregistreerd bij het prestigieuze Japanse Dai Nippon Butokukai, het regulerende Japanse budo-instituut. Chojun Miyagi deed dit echter niet om reclame te maken. Hij wilde Karate niet commercialiseren en een mooi uithangbord wat hij eens had gekregen hield hij altijd binnenshuis.

Het Japans beschreven als Ken-Kon.
Ken staat voor hemel en Kon voor aarde. De hemel wordt uitgebeeld als rond en de aarde als vierkant. De hemel wordt gerelateerd aan zachtheid en de aarde aan hardheid. Het embleem drukt de harmonie tussen deze twee uitersten uit.
De uitleg van de stijlnaam Goju-ryu is direct gerelateerd aan het embleem. De stijlnaam Goju is opgebouwd uit de woorden go en ju, welke respectievelijk hard en zacht betekenen. In de training van het Okinawa Goju-ryu Karate-do zijn deze principes terug te vinden in de veelvuldige afwisseling van zachte en harde technieken. Het symbool binnen de cirkel is tevens het familiewapen van de Miyagi-familie is, hier wordt echter geen nadruk op gelegd.

Na het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië besloot Miyagi om voorlopig geen onderricht meer te geven in karate. In de oorlog waren diverse familieleden, waaronder twee van zijn kinderen, zijn topleerling Shinzato en andere leerlingen omgekomen. Okinawa lag volledig in puin en de bevolking verkeerde in grote armoede en hongersnood. Het was geen tijd om les te geven. De inwoners van Naha repecteerden Chojun Miyagi zeer en vroegen of hij zich verkiesbaar wilde stellen voor een belangrijke tijdelijke commissie. Alhoewel hij niet geinteresseerd was in politiek, besloot hij dit te doen om te helpen het eiland weer op te bouwen. Hij won de verkiezing met overweldigende meerderheid en verrichtte goed werk totdat de commissie weer werd opgeheven. In 1947 werd hij opnieuw karate instructeur bij de Naha politie academie.
In 1948 nam hij slechts vier leerlingen aan, waaronder An’ichi Miyagi (geen familie). Andere belangstellenden verwees hij door naar andere scholen. Van deze vier bleef konden drie de zware training niet aan en na een jaar bleef alleen An’ichi Miyagi over. In 1951 kwam Miyagi’s eerste leraar Ryuko Aragaki op bezoek met het verzoek zijn kleinzoon Shuichi les te geven. Chojun Myiagi kon dit niet weigeren en nam hem aan waarbij hij An’ichi les liet geven. Een jaar lang waren zij de twee enige leerlingen in de tuin achter zijn huis, later bekend als “the garden-dojo”. Pas in 1952 besloot hij meerdere leerlingen aan te nemen. Na de reguliere les moest An’ichi Miyagi nablijven waarbij hij prive-les kreeg en hij de essentie leerde van het Goju-ryu.
An’ichi Miyagi verloor beide ouders in de tweede wereldoorlog en moest daarom op 14-jarige leeftijd al voor zijn twee jongere broers zorgen. Het bestuur van Okinawa was na de oorlog in Amerikaanse handen en An’ichi had werk gevonden op een van de basis. Twee jaar later vroegen hij en drie vrienden aan Chojun Miyagi om te mogen komen trainen en ze begonnen op 1 februari 1948 in de garden dojo. Chojun Miyagi had zijn lesgeefmethode gewijzigd. Vroeger leerde men naast de kata Sanchin 1 of 2 andere kata’s welke het best bij de persoon pasten. Het gehele systeem werd slechts aan 1 of 2 topstudenten verder gegeven. Zo had Chojun Miyagi besloten dat Jin’an Shinzato en zijn derde zoon Jun Miyagi zijn opvolgers zouden worden. Maar in de oorlog waren beiden omgekomen en was het goju-ryu bijna geheel verloren gegaan. Chojun Miyagi was tot de conclusie gekomen dat het goju-ryu moest worden bewaard en worden doorgegeven als een onaanstastbaar cultureel erfgoed van Okinawa. Hiertoe heeft hij de lesopbouw gesystematiseerd zoals we dat heden ten dage kennen. Na een jaar bleef alleen An’ichi Miyagi over. Chojun Miyagi zei eens: “van de drie jongens ben jij de kleinste en was je de zwakste. Ik dacht dat je het eerste zou opgeven, maar in tegenstelling doe je het heel goed.” Inmiddels was Chojun Miyagi als een vader voor An’ichi en had hij besloten An’ichi de details en de essentie van het goju-ryu te leren. Hij gaf drie dagen per week les op de politie academie, maar gaf dagelijk les aan An’ichi die daarvoor zijn baan op de Amerikaanse basis had opgegeven. Twee jaar lang was An’ichi de enige student en Chojun Miyagi zei hem: “ik heb zelfs Jin’an Shinzato niet zo gedetailleerd les gegeven. Je moet hard trainen en volhouden: waardeer deze schat die ik je geef”. Naast de dagelijkse training voerden ze lange gesprekken waarin Chojun Miyagi de theorie, geschiedenis en vele andere aspecten zoals goede voeding behandelde. Hij voorspelde een grote technologische ontwikkeling en dat het echter belangrijk is dat de morale educatie eveneens aandacht krijgt door het trainen van de menselijke geest. Hij vond karate daarvoor het meest geschikt.

Het overlijden van Chojun Miyagi was een grote schok voor An’ichi en de andere leerlingen. Pas na een periode van rouw werd besloten om verder te trainen en les te geven. Vanwege zijn hogere leeftijd werd Ei’ichi Miyazato, een politieman die voornamelijk judo beoefende, hoofd van de dojo. Koshin Iha werd penningmeester en An’ichi Miyagi gaf de karatelessen. Kort hierna, in 1955 begon Morio Higaonna met karatetraining. Zowel de penningmeester als de weduwe van Chojun Miyagi zeiden: “leer van An’ichi Miyagi, hij heeft de meeste kennis”. In 1957 bouwde Ei’ichi Miyazato een grotere dojo genaamd Jundokan, maar hij gaf zelden les. De karatelessen werden dagelijks gegeven door An’ichi Miyagi. In 1959 besloot An’ichi Miyagi de Jundokan te verlaten omdat Ei’ichi Miyazato wijzigingen in bepaalde kata’s wilde aanbrengen. Omdat hij nog steeds zijn familie moest onderhouden, besloot An’ichi Miyagi te gaan werken op een Amerikaanse olietanker. Morio Higaonna nam een deel van de lessen over totdat ook hij besloot de Jundokan te verlaten. Sindsdien heeft An’ichi Miyagi alleen les gegeven aan Morio Higaonna en heeft hij uiteindelijk besloten hem als zijn opvolger aan te wijzen. An’ichi Miyagi’s gezondheid ging de laatste jaren hard achteruit, waarschijnlijk leed hij aan een vorm van dementie en helaas hebben sommigen hier misbruik van gemaakt. Gezien zijn zeer bescheiden opstelling en enorme loyaliteit aan zijn leraar Miyagi Chojun sensei, wordt An’ichi Miyagi ook wel de “hidden man” van het Okinawa Goju-ryu karate-do genoemd. An’ichi Miyagi is in april 2009 overleden. Morio Higaonna (geen familie van Kanryo Higaonna) kreeg zijn eerste karatelessen op 14-jarige leeftijd van zijn vader die een Shorin-ryu stylist was. Een jaar later ging hij trainen met een vriend die twee jaar les had gekregen van Chojun Miyagi. In april 1955 toen hij 16 jaar was, mocht hij trainen in de garden dojo. De lessen werden gegeven door An’ichi Miyagi, er waren ca. 10 leerlingen. Hij oefende veel met Saburo Higa, een zeer sterke karateka. Na het behalen van zijn middelbare school ging hij in 1957 werken bij een bank. Maar omdat dit zijn karate training in de weg stond, gaf hij zijn baan na een jaar op. Hij trainde 6 dagen per week in de dojo en ‘s zondags thuis. Een jaar nadat An’ichi Miyagi de Jundokan had verlaten, kreeg Morio Higaonna een studieplaats voor Economie aan de Takushoku universiteit van Tokyo en zo vertrok hij in 1960 naar Japan.
Morio Higaonna werd door vele aanhangers uitgenodigd om les te geven en zo kwam hij in diverse landen. Na enkele jaren onstond er een kring van karateka’s die zich realiseerden dat, om het traditionele goju-ryu te behouden, een eigen internationale organisatie moest worden opgericht. Met de toestemming van An’ichi Miyagi en vele ander belangrijke Okinawaanse Goju-ryu leraren, wordt in 1979 de International Okinawa Goju-ryu Karate-do Federation (IOGKF) opricht. De IOGKF heeft zich vooral tot doel gesteld het traditionele Goju-Ryu zoals dat door Miyagi Chojun sensei werd onderwezen als Okinawaans cultureel erfgoed te behouden en in zijn meest oorspronkelijke vorm door te geven aan toekomstige generaties karateka.

Toen An’ichi Miyagi in 1985 voor enkele jaren naar Tokyo ging, ging Morio Higaonna hem achterna. Hij hoopte in Tokyo meer studenten te kunnen bereiken, maar de kosten van levensonderhoud waren astronomisch hoog. In 1987 besloot Morio Higaonna, die in 1980 met een Amerikaanse studente getrouwd was, met zijn gezin naar Californie te verhuizen. Hij wilde met de IOGKF meer mensen kunnen bereiken en dat was makkelijker middels het goede Amerikaanse luchtvaartnetwerk. Bovendien was het levensonderhoud een stuk goedkoper.
Nadat de IOGKF gegroeid was tot een wereldwijde organisatie met tienduizenden studenten, besloot Morio Higaonna in 2000 dat hij terug moest naar de bakermat: Okinawa. Hij geeft daar nog altijd les.

De IOGKF-chiefinstructor van België is Patrick Curinckx Sensei (6de Dan).
Sensei Patrick begon met karate (Kyokushinkai-stijl) in 1973. Na 3 jaar training begon hij met Okinawan Goju-Ryu Karate.
In 1993 vroeg Higaonna Sensei aan Patrick Curinckx om de IOGKF-chiefinstructor van Belgie te worden.
Sensei Patrick volgt vele malen stages in verschillende landen onder leiding van Higaonna Sensei.
Hij geeft dan al deze kennis door aan de verschillende IOGKF Dojo’s in Belgie.